De derde dimensie.

Door Willemijn.

"Kun je 'zien' wat dit is?" vraagt mijn collega. Haar stem klinkt zo hoopvol dat het me bijna onmogelijk wordt de vraag met "nee" te beantwoorden. In mijn hand houd ik een verjaardagskaart. Een door haar zelf gefabriceerd drie-d exemplaar waarin ze mijn cadeau namens alle collega's heeft gevouwen. Voorzichtig gaan mijn vingers over het ragfijne papierwerk. Ronde vormpjes voel ik aan de buitenkant daarvan, bovenaan een min of meer rechte rand en in het midden iets dat ik niet anders kan definiëren dan als fijn knipwerk. "Het ziet er in elk geval uit als een staaltje vakwerk", antwoord ik opgewekt, "maar begrijpen wat het voorstelt...." "Het is een schaal met druiven," begint ze gedienstig uit te leggen. "Kijk, dit is het fruit." Ze laat mijn vingers langs de rondjes gaan. "En erachter staan twee glazen wijn." Ze laat mijn vingers langs de min of meer rechte rand erboven gaan. "En wat zit er dan in het midden?" "Dat zijn nog meer druiven en de takjes van de trossen". Oh ja, nu zie ik het. Erg mooi hoor, hartstikke bedankt."

Ooit voelde ik me heel ongelukkig bij het bekijken en bespreken van dit soort voor mij onbegrijpelijke werkstukjes. Als ik de drie-d kaart met druiven en wijn voor mij op tafel leg, dan zie ik een papieren ondergrond met ongeveer 1 cm daarboven een voorstelling, de druiven. Deze zijn te priegelig om te herkennen, maar ik weet nu dat het druiven zijn. Op ongeveer een halve centimeter van de ondergrond wordt een rand zichtbaar. Deze vormt de wijnglazen, maar van die vorm is voor mij niets te herkennen. Inmiddels doet het geen pijn meer dat ik deze kaarten nauwelijks kan lezen. Maar op mijn dertiende, als brugpieper gezeten tussen 25 goedziende brugpiepers bezorgde de tekenleraar mij een diep gevoel van tekort schieten toen hij mij vroeg een emmer te tekenen in zijaanzicht. Ja, over aangepast tekenmateriaal, waarmee je lijnen kon maken die voelbaar waren, was wel nagedacht. En mijn eerste opdracht, een gebakje tekenen, had ik met papier en lijm mogen uitvoeren. Een gebakje plakken in plat vlak viel niet mee, maar uitgaande van hetzelfde principe als de houten puzzle met dierfiguren van mijn kleine zusje kon ik me nog net zo'n tweedimensionale lekkernij voorstellen. Maar een emmer in zijaanzicht.... Ik zat voor mijn papier en mijn hoofd liep langzaam leeg. Nergens kon ik een verbinding maken tussen de ronde, hoge zijkant van een emmer en het tekengerei voor mij op tafel. Ergens zat een gat, een hiaat dat ik niet kon vullen. De leraar kwam me te hulp. Hij probeerde van alles met woorden, maar de verbinding tussen emmer en tekengerei bleef zoek. Toen nam hij zelf de pen ter hand. Hij tekende een emmer in zijaanzicht. Helaas is het te lang geleden om me de tekening exact voor de geest te halen. Wel kan ik me het gevoel herinneren dat de tekening opriep: volstrekt onbegrip! Nog altijd ontstond er geen enkele verbinding met een echte emmer, al dan niet vanaf de zijkant bekeken. Voor mij bleef de derde dimensie zoek. Ik ontdekte een niet te ondervangen effect van zien en dat deed pijn. Ziende mensen hebben soms de illusie dat ze die pijn kunnen wegnemen. Voor blinden, maar ook voor zichzelf, want voor hen is het onacceptabel dat wij een door hen zo gewaardeerde kunstvorm als fotografie niet kunnen meebeleven. Daarom ging een Fransman over tot het maken van voelfoto"s. Hij was zo gegrepen door de fototentoonstelling "De aarde vanuit de hemel gezien" dat hij vond dat ook blinde mensen deze moeten kunnen beleven. Twintig van de ca. honderdtwintig foto's werkte hij om. Toen de expositie in september vorig jaar naar Nederland kwam, maakte de pers bijzondere ophef over de voelfoto's en de uitleg ernaast in braille.

Op een herfstige novembermiddag reisde ik samen met mijn lief naar Amsterdam om dit moois te gaan bekijken. De voelfoto's stonden niet aan het begin van de tentoonstelling, dus geduldig wandelde ik met haar langs de diverse panelen met gewone foto's. Al even geduldig las zij de stukken tekst voor die bij de foto's stonden. De tentoonstelling had tot doel de mensen de schoonheid van de natuur te laten zien maar ook wat de mens in deze natuur teweeg brengt. Zo stond een prachtige foto van een rokende vulkaan naast een foto van een terrein volgestapeld met bierkratten. Al lopend en al luisterend naar Eva's opgetogen, verbijsterde of verontwaardigde uitleg werd ik steeds nieuwsgieriger naar mijn deel van dit alles. Aangekomen bij het eerste voelpaneel verwachtte ik minstens een lap brailletekst in a4-formaat, want Eva had bij elke foto heel wat te lezen gehad. Er stond: "hartvormig mangrovebos". Gelukkig had Eva me bij haar versie van de afbeelding de rest van de uitleg al voorgelezen. Dat had in mijn hoofd een beeld opgeroepen van een warm, klam bos met hele hoge, dicht op elkaar staande bomen. Dat beeld was bijna tastbaar en hoorbaar. De foto was een kunststof vierkant met daaruit een hartvormige kuil gezaagd met ietwat onregelmatige randen. Hartvormig dus, dat wel, maar hoezo bos, hoezo bomen? Er was alleen die uitsparing waarin ook nog enig hemelwater was blijven staan. De verbinding met de expositie werd definitief verbroken door de foto "overstroomd water 'reflecteert' wolken en bomen". Het paneel bevatte een streperigheid waarvan ik niets kon maken. Er was geen enkel verband. Niet met water, bomen of wolken en met reflecteren al helemaal niet, want hoe ziet dat eruit?

Bij mij, jeugdblinde raakt de derde dimensie altijd zoek als een driedimensionaal object in de twee dimensies van het platte vlak wordt getoond. Maak voor mij van het landschap maar een mooie maquette, liefst in het landschapseigen materiaal. Giet de gespierde sporter maar tot bronzen beeld en zet het stilleven op een tafeltje onder handbereik. Dan blijven alle dimensies op hun plaats en kan ook ik van kunst genieten.
***

terug naar de beginpagina van podium

terug naar de beginpagina van de website