Kukelehak

Door Martin Doorn

De haan vloog op de nok van het druivenkasje en kraaide uit volle borst:
"Kukeleku, kukeleku". Het was de jonge haan, geboren in mei. Hij was nu wel
volwassen en het gekukeleku klonk mij dan ook in de oren als: "Vreet me lekker
op". Ik zal hem volgende week maar eens slachten, bedacht ik. Trouwens, dat
werd hoog tijd ook, want hij neukte zijn zusjes en zelfs zijn moeder. Zijn
vader verloor steeds meer terrein en moest met zijn zoon vechten om de
heerschappij over de toom kippen. Van incest houd ik al helemaal niet en dat
geknok beviel me ook niet. Slachten dus. Maar hoe gaat dat? Je hebt het druk,
vergeet het weer en zegt: "Morgen". Zo kwam het dat op zekere dag mijn vrouw
het kantoortje kwam binnenstormen en mij verhit mededeelde: Die haan heeft
zijn vader tot bloedens toe gepikt. Zijn kop zit onder het bloed".
"Morgen", zei ik weer. "Morgen slacht ik hem". Ik kon er nu niet meer
onderuit.

Die middag zette ik alvast een klein kooitje klaar. Om vier uur riep ik de
kippen en pauwen binnen en gaf met gemengde gevoelens de jonge haan zijn
laatste avondmaal. Zijn vader durfde al wekenlang niet meer in het nachthok
binnen te komen, uit angst voor de jonge haan, zijn zoon.

's Avonds om ongeveer kwart over zeven nam ik de zaklamp van de spijker in de
bijkeuken en toog richting kippenhok. Over het gazon, langs het druivenkasje, het hek door, de volière in. Hier zitten alle dieren van de parkieten tot de pauwen en de fazanten. Voorzichtig. Het was nog wel niet aardedonker, maar als al die vogels schrikken wordt het een puinhoop. Zoals het hoort zaten alle kippen al op stok. De kop in de veren. Ik knipte de zaklamp aan en zag de jonge haan op de bovenste stok zitten. Hij opende zijn ogen en knipperde tegen het felle licht van de zaklamp. Een snelle graai mijnerzijds was voldoende om hem in zijn kippennek te vatten. Hij sputterde wat tegen, maar toen ik de zaklamp weer had opgeborgen en hem met twee handen in bedwang hield, kon hij niets meer beginnen. Zo, het kippenhok uit en de haan in het klaarstaande kooitje gestopt. Hier moest hij zijn laatste nacht maar doorbrengen; dan kon ik hem morgenochtend snel pakken.
De volgende morgen haalde ik nog eerst even een vijl over de bijl. Scherp
gereedschap is het halve werk. Uit de schuur haalde ik ook mijn hakblok dat ik
voor deze gelegenheden gebruik. In de serre eerst wat kranten op de vloer.
Daarop het hakblok. En natuurlijk een emmer klaarzetten. Na deze
voorbereidingen ging ik richting volière, waar het kooitje met de haan stond.
Onderweg kwam ik de oude haan tegen die al weer vrolijk met zijn harem over
het erf liep. Die ontrouwe slettebakken van een kippen waren moeiteloos van de
ene naar de andere haan overgelopen. Ik nam het kooitje met de haan mee naar
de serre. Voorzichtig deed ik het klepje van het kooitje open. Hij mocht nu
niet ontglippen. De bijl lag rechts naast het hakblok en de emmer stond er
vlak voor. Met mijn linkerhand legde ik de haan op zijn zij op het hakblok.
Met mijn rechter hand greep ik naar de bijl. "Als je nu je kop even stil houdt
is het zo voorbij", sprak ik de haan nog toe. Mijn rechterhand met de bijl
ging omhoog. Vingers van de linkerhand uit de weg. Even wachten.... Toen de
haan even zijn nek strekte, zoefde de bijl naar beneden. Hak. De kop was van
de romp gescheiden. De vingers van mijn linkerhand zaten er nog aan. De snavel
van de haan ging nog enkele malen open en dicht, een fenomeen dat ik al vaak
gezien heb, maar mij toch steeds weer verbaast. Een kop zonder kip die nog
beweegt. De kip zonder kop nam ik nu met beide handen stevig beet en hield
hem boven de emmer. Een kip zonder kop blijft nog wel twee minuten zeer
actief. Zou je hem loslaten vliegt en loopt hij bloed spuitend een heel eind
weg. Boven de emmer houden en het bloed in de emmer laten spuiten. Af en toe
even de greep verslappen om te controleren of de stuiptrekkingen al voor bij
zijn. Na dik twee minuten was het zover.

De haan, nu zonder kop, ging weer op het hakblok. Onderpoten er af, hak, hak.
Vleugels er af, hak, hak. Nu met de haan de bijkeuken in. Naast de wasbak lag
al een scherp mes klaar. De kont afgesneden en bij de hals een snede in het
vel gemaakt. Ik ga een kip niet plukken. Veel te vee werk. Ik stroop eenvoudig
het vel met veren en al af. Via de achterkant worden de lever, de niertjes,
de darmen, de maag en de longen verwijderd. Alles onder stromend lauw water.
Ik begon me nu al te verheugen op de maaltijd van morgen. De haan zag er in
zijn blootje prachtig uit. Zachtroze stevig vlees. Heel wat anders dan die
waterkippen uit de winkel. Mijn vrouw verwijdert nog de laatste kleine
ongerechtigheden en deelt de haan in drie stukken. Vervolgens worden de
stukken in een flinke bak gelegd, gevuld met water waaraan een handje zout
is toegevoegd. De hele handel gaat de koelkast in om, zoals dat heet, te
besterven. Een kip braden die net geslacht is is niet verstandig. Het komt de
smaak niet ten goede.

Het avondmaal van de volgende dag was een feest. De door mijn vrouw vakkundig
gebraden haan was verrukkelijk. Geen vergelijking met die antibiotica en
salmonella houdende waterkippen uit de supermarkt. Deze opgeblazen kippen zijn
pas zes weken oud, hebben nooit buitenlucht gezien en zich nauwelijks
verplaatst. Ik denk dat ik deze zomer toch maar weer eens wat eieren in de
broedmachine leg.

***

terug naar de beginpagina van podium

terug naar de beginpagina van de website